Hier nog een oud blog van januari 2009. Mijn droom was verschillende delen van de wereld te zien en ook iets van de cultuur mee te krijgen. In Afrika kon ik zo snel niet een pianobar of zoiets vinden. Dus dan nog maar weer voor de klas. Ik gaf wiskunde, Engels en alle andere vakken die de leraren zelf niet wilden doen.. ;)
De heenreis
Met 3 andere vrijwilligers reis ik af naar Accra, met Royal Air Maroc. Zoals vaker voor zal komen deze maand, begint de reis met wachten.. Vertraging en lange wachttijd op Casablanca. Zo worden we langzaam voorbereid op het Ghanese leven. Bij de tussenstop in Marocco maken we ook kennis met de eerste flirtende man. Een van de meisjes vraagt aan een douane officier waar onze volgende gate is. Deze officier vraagt alleen haar mee te komen en laat haar eerst even zijn werkplek zien om daarna ons naar de verkeerde uitgang te wijzen. Dus nu toch maar beter ergens bij de balie vragen.
We komen natuurlijk veilig aan in Accra, waar we opgevangen worden door allemaal erg vriendelijke taxi chauffeurs. Ze houden de reputatie van Ghana hoog als meest vriendelijk land wordt. Als ze erachter komen dat we al opgehaald worden, dat we hun diensten niet nodig hebben en ook geen geld hebben bedelen ze uiteindelijk om koekjes of snoep. Daar hebben we nog wel wat van. Dit blijkt hier dus al een luxe te zijn.
Zo begint de introductieweek in Accra, waarbij we langzaam zullen kennis maken met de Ghanese man. Nou ja, de vrouwen maken kennis met menige man. En elk van hen hoopt ook nog de aanstaande man te zijn. En ik heb in 2 dagen hier meer vrienden gemaakt dan in alle voorgaande jaren uit mijn leven.
Met een stuk of 20 andere vrijwilligers gaan we naar de markt, het strand naar een museum over de eerste president van onafhankelijk Ghana en ’s avonds naar de bar. Het is eerst even wennen aan de vieze omgeving, alle rommel op straat en het feit dat we enorm veel rijker zijn dan de mensen die we tegenkomen. Maar gelukkig zijn er ook een hoop plaatsen, waar het allemaal nog redelijk uitziet volgens onze standaard. En hoewel de straal niet zo hard is en de gootsteen verstopt. We hebben nog stromend water in het hostel en internet is er ook..
We krijgen door de erg vriendelijke coördinatrice van de vrijwilligersorganisatie uitleg over de cultuurverschillen en tips hoe om te gaan met onze gastgezinnen de volgende week. Ook kookles en een beetje les in een van de ca. 20 verschillende gesproken talen in Ghana. Ik dacht dat Ghana een Engelstalig land was. Officieel wel, maar de werkelijkheid is anders. In de stad spreken ze best goed Engels. Op het platteland valt dat flink tegen. En ik moet ze les geven...
De introductieweek waarin we met Nederlanders, Duitsers en veel Noren veel lol heb over alle dingen die we meemaken vliegt snel om. Het is tijd om te gaan beginnen aan het volgende plan, het vrijwilligers project.
Eerse dag in een gezin uit een andere wereld
Na twee uur reizen, waarbij om de beurt een vrijwilliger bij een gezin wordt gedropt ben ik bij de 8e stop aan de beurt. Wie zal mij ontvangen? Wordt ik net als een van mijn voorgangers omhelst door een grote mama met nog 5 tanden? Of kom ik in een groot luxe huis als een ander meisje?
Mijn gastvader blijkt een apotheker. Dat is leuk, want mijn ouders hebben ook een apotheek. Hij heet me heel erg welkom en brengt me naar zijn huis, waar ik zijn vrouw ontmoet. Die spreekt 3 woorden Engels en vader laat mij kort het huis, mijn kamer en de wc zien. Hij moet al snel weer terug naar de winkel, dus ik besluit mijn kamer maar te gaan inrichten want met de moeder valt niet heel veel te bespreken. Mijn kamer ziet er goed uit. Twee bedden en genoeg ruimte. Ook een ventilator, die op de dagen dat de electriciteit voldoende werkt, ook echt draait. In ieder geval niet de eerste nacht. Dus die blijkt zweten..
Al snel komen er kinderen binnen en blijkt dat er een hoop meer mensen om de binnenplaats wonen en het is voor mij even uitzoeken wie nou wel bij het gezin hoort en wie nou niet. Want ik had in Nederland cadeautjes gekocht en er was mij verteld dat ik die het beste meteen kon geven. De kinderen zijn al aan het onderzoeken wat ik voor hun heb meegenomen en zodra ik al mijn cadeaus naar mijn beste geweten heb verdeeld. Zijn de kinderen blij en gaan ze vredig spelen en ga ik er maar een beetje tussen zitten. Gelukkig wordt ik meegenomen op pad om water te halen en ga ik ook mee met de dochter van de buurvrouw chocolademelk verkopen aan de straat. Het voelt onwennig om tussen alle huizen door te lopen. Daar loop ik dan als de enige witte man in het dorp tussen armoedige huizen. En het is niet helemaal duidelijk of je nou op een pad loopt of bij iemand op het erf staat. Maar goed, dat blijkt ook niet zoveel uit te maken want iedereen roept Obruni (witte man) zodra ze me zien en ze willen allemaal met me praten. Ik voel me al snel als een witte Michael Jackson die graag kroeshaar wil hebben en een negerneus. Dan viel ik in ieder geval wat minder op. Maar er zijn ook leuke mensen bij die interessante dingen kunnen vertellen. En de kindertjes zijn schattig. Ik heb me nog nooit zo’n grote kindervriend gevoeld..
Langzamerhand wordt ik een beetje meer vertrouwd met mijn nieuwe omgeving. Behalve dan de wc. Die gaat niet wennen. Ik wist niet dat ik zo moeilijk daarin zou zijn. Of misschien had ik gewoon langer dan 3 weken nodig om vriendschap te sluiten met de kakkerlakken die mij begroetten elke keer als ik de deksel van de wc put haalde. Na mijn eerste diner, fufu met kippesoep, dat is nog best te eten, ben ik al vrij snel toe aan mijn bed. Ik zal de rest van mijn verblijf meestal tussen acht en negen gaan slapen om ’s ochtends rond vieren gewekt te worden door de haan of gezang uit de moskee in de buurt..
Het gezinsleven
Na verloop van tijd wordt duidelijk wie nou precies wel om de binnenplaats woont en wie niet. Er woont mijn gastgezin met 4 kinderen. Varierend van 4 t/m 17. Nog een jonge buurvrouw met 2 kleine dochtertjes. Een jonge basisschool leraar is mijn buurman en dan woont er nog de buurvrouw met haar dochter van 17. Die zonderen zich een beetje af van de groep, maar de dochter neemt me wel zo nu en dan mee naar haar hun kraampje aan de straat. En vlakbij dat kraampje staat dan de winkel van mijn vader. Een mini apotheekje. Om mijn gezondheid hoef ik me dus niet druk te maken, lijkt me..
Ik moet ook al de tweede dag mijn kleren wassen, dus ik gooi ze op de grote wasberg die er al ligt en bied aan om het samen te wassen. Dat doe ik gezellig met mijn zus van 17. Wel een hoop werk en vermoeiend. Ook mijn handen worden rauw van het schuren. Maar wel lekker om een beetje met water bezig te zijn met die brandende zon.
Daarna krijg ik lunch, die wordt net als de andere maaltijden op mijn kamer neergezet. Dit keer een saus met vis en yam, een soort aardappel. Ik krijg 6 grote stukken yam, waarvan ik er maar anderhalf opeet. Mijn zus reageert teleurgesteld als ze mijn bord komt ophalen. Ik lust geen yam, concludeert ze. Uiteindelijk wennen ze er wel aan dat ik gewoon meestal aan de helft wel genoeg heb van alle hoeveelheden. En na verloop van tijd raak ik ook meer gewend aan het eten, worden mijn darmen rustiger en ga ik meer eten.
Mijn broertje van 4 is erg blij met de auto die ik hem heb gegeven en is erg aanhankelijk. Leuk. Mijn broertje van 14 blijkt op een kostschool te zitten, maar zijn vriendje is er wel en die speelt ook veel met mijn zusje van 10. Door met hun te spelen kom ik er een beetje achter wat het niveau van hun Engels en ook rekenen is. Een beetje lager dan ik had verwacht. Ik ben al een beetje zenuwachtig voor mijn eerste schooldag.
De eerste schooldag
Ik wordt door mijn vader ’s ochtends naar school gebracht en voorgesteld aan de hoofdmeester. Een joviale man met een aanstekelijke lach. Ik heb een zak met zo’n 80 pennen en potloden bij me en kan die aan hem overhandigen. Hij is erg dankbaar en hij is ook erg blij als ik hem vertel dat ik 100 euro heb meegenomen die ze aan de school kunnen besteden. Er wordt een eerste staff meeting gehouden waarin de leraren samen beslissen wat met de pennen en het geld te doen. Besloten wordt alle kinderen die er die dag zijn een pen te geven. De leraren zijn ook zelf gretig op de pennen. Het geld zal worden besteed aan prullebakken, gordijnen voor in het kantoor en aan tafels voor de leraren om aan te werken.
Dan wordt de dag geopend. Leerlingen in rijen, zingen het Ghanese volkslied en doen samen een gebed. De pennen worden uitgedeeld en het blijkt dat er verder geen les is de eerste dag na de vakantie. Trouwens de helft van de kinderen is er ook niet, want ze weten dat de eerste dag alleen maar gebruikt wordt om de school schoon te maken en op te ruimen. Ze vragen wel aan mij of ik een les wil geven, alle kinderen tegelijk. Gelukkig heb ik een beetje voorbereid. De kinderen zijn wel onrustig, want ze zaten niet echt te wachten op les. Ik hou de les die ik over Nederland die ik had voorbereid kort en begin snel met het uitdelen van de trekdrop die ik had meegenomen. Die werd met gemengde reacties ontvangen. De leraren vonden het niet te vreten en ze geloofden het toen ik zei dat het eigenlijk giftig was. Gelukkig had ik voor hun ook wat stroopwafels bij me, die scoren altijd.. En zo is de eerste dag alweer snel voorbij..
De Obruni meeting
Elke woensdag is er een meeting van de vrijwilligers in de stad 10 km verderop. Daar kunnen we onze eerste ervaringen uitwisselen. Daar blijkt dat ik het redelijk getroffen heb. Er is er maar eentje die een douche en een echte wc heeft. En verder hebben de meesten behoorlijk moeite met hun gebrek aan privacy en de gebrekkige communicatieve vaardigheden van de gastgezinnen. Toch is het voor mij ook wel en verademing en we blijven natuurlijk een beetje te lang hangen en het is donker als we weer terug moeten. Zitten we daar in een busje naar huis, de zwarte gezichten worden nog donkerder en als we dan langs een politie controle post komen vertelt mijn Australische vrijwilliger collega dat de politie controleert of de chauffeurs geen lijken verstopt hebben in de kofferbak. Ik voel me ff niet zo op mijn gemak, zeker als hij net 4 dorpjes eerder uitstapt..
Het schoolleven
Het leven op school blijkt een stuk chaotischer te zijn dan ik gewend ben. Het begint al bij het rooster waar niemand zich aan houdt. De leraren komen op school zodra ze daar voor hun gevoel aan toe zijn en gaan eerst eens rustig aan de tafel onder de boom zitten. Als ze dan echt niet meer weten waar ze het over moeten hebben en teveel puf hebben om te gaan slapen, besluiten ze soms om naar hun klas te gaan en daar het bord vol te kalken met ingewikkelde teksten die de leerlingen dan moeten overschrijven. Tussendoor bekken ze nog een leerling af of commanderen ze een leerling eten voor hun te halen. En dan klagen ze onder elkaar dat de leerlingen zo weinig discipline hebben..
Daar zit wel wat in, want die leerlingen zien natuurlijk ook niet meer het nut in van bijv. op tijd de les binnenkomen. Ik besluit maar een beetje relaxed te reageren op alle ongeregeldheden en met humor en positieve feedback de leerlingen een beetje te laten weten wat ik van ze verwacht. Ik kan mijn doelen maar beter niet te hoog stellen is mijn eerste gedachte. Ik hoor ook al vrij snel dat de gemiddelde score op alle toetsen daar meestal rond de 40% zit. En ik ga gewoon zelf beslissen wat ik met ze ga doen, want het hoofdstuk wat de wiskunde leraar me eerst voorstelt ziet er ingewikkeld uit en als ik hem vraag om uit te leggen wat er met bepaalde vragen bedoeld wordt komt hij er zelf ook niet uit. Ik besluit aan de gang te gaan met negatieve getallen. Voor de Engelse lessen die ik ga geven lijkt het boek ook niet echt geweldig. Het niveau van de kinderen lijkt me een stuk lager dan dat van het boek, dus ik zoek de makkelijke dingen eruit en ik heb mijn gitaar bij me. Dus we kunnen ook gaan zingen..
Ik moet de kinderen in Engels lesgeven en kom er achter dat het eigenlijk voor hun net zo goed een 2e taal is als voor Nederlandse kinderen. Dan komt daar ook nog eens bij dat ik Amerikaans Engels spreek en zij Afrikaans Engels. Ik kan hun soms nauwelijks verstaan. Zij mij waarschijnlijk soms net zo min. En verder zijn ze niet echt gewend zelfstandig aangesproken te worden in de klas. Als ik zeg, Good morning, wordt ik in koor begroet met ‘Good morning sir, how are you?’ Als ik 1 kind vraag om voor te lezen, doet automatisch de hele klas mee. Ik hoop dat ik ze in de 3 komende weken wat bij kan brengen..
Het zingen vinden ze trouwens geweldig en ‘My Bonny is over the ocean’ zal de nummer 1 hit op school worden. Jammer dat ik geen gospelliedjes ken, want die zullen daar ook scoren.
Mijn collega’s
Zoals gezegd zijn de leraren liever lui dan moe en zitten rustig de hele dag onder de boom medelijden met zichzelf te hebben of zich af te vragen waarom ze nou zo moe zijn. Ook vinden ze dat ze te weinig betaald worden. Op mijn vraag of ze misschien niet beter een andere baan zouden kunnen nemen, krijg ik niet echt een duidelijk antwoord. Misschien kom ik direct te hard uit de hoek, maar ik probeer toch nog even voor te stellen dat als ze misschien harder zouden gaan werken de leerlingen slimmer zouden worden die weer meer zouden gaan verdienen, er meer belastinggeld te verdelen zou zijn en zij er uiteindelijk ook op vooruit zouden gaan. Maar ik weet het, ik ben te naïef. Het systeem in Ghana is te corrupt. Zodra iemand daar de macht krijgt zal die het meestal vooral gebruiken om het voor zichzelf beter te maken. Je ziet het al aan de leraren die te lui zijn om een scheet te laten en liever een leerling commanderen om het voor hun te doen..
Maar wel moet er aan de discipline van de leerlingen worden gewerkt. Tenminste dat is een van de ingebrachte punten van de vergadering. Door de leraar die ik nog geen les heb zien geven in de anderhalve week die ik op school ben geweest. Deze leraar stelt voor om de passende straf voor elk soort vergrijp op schrift te stellen. Meestal is dat een tik op de vingers met het rietje of het verzamelen van een emmer met stenen. Na de vergadering beginnen de lessen weer en vragen leerlingen uit een klas die ik niet heb of ik hun wiskunde wil geven. Ik heb me nog nooit zo vereerd gevoeld. Maar ik heb al een klas en ik vraag hun wie hun les moet geven. Net die ene strenge man. Die loopt langs en bromt dat hij nog moet eten en er zo aankomt. Meestal zeggen ze dan iets als ‘I’m coming’. En als iemand zegt I’m coming, dan gaat hij juist weg en is het de vraag of je diegene die dag nog terug ziet.
Verder heb ik ook lol met mijn collega’s. Met elke Ghanees komt er wel een moment dat ze erachter komen dat ik niet gelovig ben. Dan kunnen ze het niet opgeven om mij te overtuigen dat ik door God gecreert ben ipv mijn vader en moeder. De hoofdmeester bood me zelfs nog een trip naar het strand aan, waar hij ‘the spirits of the sea’ voor mij zou roepen. Die zouden mij meenemen de zee in en mij 4 weken later weer terug brengen. Dan zou ik wel geloven in geesten e.d. Helaas heb ik mijn vliegtuig al geboekt en met die spirits viel niet te onderhandelen of ik eerder terug zou kunnen komen. Dus dat feest ging niet door. Ik ben nog steeds niet bekeerd. De hoofdmeester heeft wel humor en nog steeds een aanstekelijke lach. Ik hoop maar dat ik hun niet teveel voor het hoofd stoot met het feit dat ik echt niet geloof. De hoofdmeester blijft benadrukken dat ik toch wel als ik weer in Nederland ben, naar de kerk moet gaan.
Cape Coast en het slavenkasteel
In het weekend ga ik met de andere vrijwilligers uit de regio op stap naar de toeristische plaatsen. En natuurlijk kan ik niet aan het slavenfort in Cape Coast voorbij gaan. Dit is wat mijn geschiedenis verbind met dat van de Ghanezen. Er wordt verteld over hoe de slaven als beesten zijn behandeld. In mijn gids over Ghana lees ik een beetje hoe de slavenhandel is begonnen en concludeer hoe wrang het is geweest dat de slaven door Afrikanen van de vijandige stam werden verkocht voor hoofdzakelijk drank en wapens. En die wapens maakte dat de stammenstrijd alleen maar heftiger werd en de behoefte aan meer wapens weer steeg en zo groeide de slavenhandel enorm uit. En dan daarna was er nog het tijdperk dat Ghana een Engelse kolonie werd. Mijn buurman uit mijn woning wees mij erop dat de Engelsen en de Nederlanders nog een schuld in te lossen hadden om de gevolgen van de slavernij te compenseren. Volgens hem was dat de reden dat Afrika zover achterliep. Helaas had ik niet het vereiste compensatie bedrag bij me. En later las ik trouwens in de Ghanese krant dat in de West Afrikaanse landen nog teveel in het verleden wordt gekeken, ipv gewerkt aan de toekomst. Uit de werklust die ik bij mijn collega leraren zag en uit het enorme paleis dat de president voor zichzelf had concludeerde ik dat de machthebbers misschien wel een beetje teveel aan zichzelf dachten om het land snel te laten groeien. Maar wie ben ik..’s Avonds gingen we naar een hotel met zwembad en gedroegen we ons even weer als de rijke toeristen. Het voelt toch dubbel..
Verkouden in Ghana
Op school zijn de leraren klagen dat het zo fris is en ze hebben ook last van hun neus. Terwijl ik nu juist eindelijk een keer een week heb dat het niet zo warm is. Als ik dan vertel dat het in Nederland 10 graden onder nul is, vragen ze me of de mensen daar dan nog naar hun werk gaan. En ’s middags hoor ik na de inauguratie rede van Barack Obama op de radio een Ghanese journalist verwonderen dat er ondanks de ‘extreme’ kou toch nog mensen bij de speech kwamen opdagen.
Het einde nadert..
De laatste week is ingegaan en ik ben de dagen aan het tellen. Ik heb met mijn reizen meestal aan het eind van de maand wel weer zin om te verkassen. Bij deze reis speelt de behoefte aan een wc, bekend eten en een douche ook behoorlijk mee. Ook begin ik nu moe te worden van de schattige kindertjes die steeds achter me aan rennen of mensen die op de foto willen of met me willen praten. En vaak vragen ze ook om geld, willen ze mijn adres of mee naar Nederland. Ik vind het vervelend voor de individuen. Ze willen het graag beter hebben, maar het systeem hier werkt tegen. Maar ook vraag ik me af hoe gelukkig ze in Nederland zouden zijn. Daar is het een stuk kouder en zullen ze ook en gaat het leven en stuk sneller..
De kinderen uit mijn gezin beginnen te vragen wat ik allemaal achterlaat als ik naar huis ga en vragen wat ik voor ze ga kopen. Het bedelen is daar zo normaal. De cultuur denkt daar volgens mij ook veel meer als een gemeenschap. Dat je je rijkdom met je familie en vrienden deelt. Tja, vandaar dat iedereen daar vrienden met me wil worden. In mijn gezin ben ik geen hongersnood tegen gekomen of ernstige ziekte. Dus ik kan zonder grote gewetensbezwaren afscheid nemen en beloof ze niet te vergeten en te schrijven. En zij hopen dat ik later zo rijk ben dat ik een huis voor ze kan kopen. We zullen het zien..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten